Leeg nest

6 november 2012

Officieel heb je pas een leeg nest als je kinderen allemaal het huis uit zijn. In mijn geval is het nest dus niet ècht leeg, maar part-time leeg. Sinds gisteren is Valentijn namelijk naar school en dat is best gek. Tijdens zijn verjaardagsviering zat ik tussen Buurvrouw en Schoonmoeder en volgde ik hun conversatie over Het Huishouden. Na twee zinnen aangehoord te hebben moest ik met het schaamrood op mijn kaken toegeven dat ik in de categorie ‘waardeloze huisvrouw’ val. Ik lap de ramen niet wekelijks, neem niet dagelijks alle platte vlakken in huis af en was de gordijnen ook niet met grote regelmaat. Ik ben altijd heel blij als man, kinderen, gasten en logees naar volle tevredenheid gevoederd zijn, schone doch niet gestreken kleren dragen, mijn mailbox leeg is, het huis aardig is opgeruimd en ik geen doktersafspraken of schoolreisjes ben vergeten. Meer tijd heb ik gewoon niet. Of hád ik niet. Want vanaf vandaag kan ik mijn kinderloze uurtjes gebruiken om keukenkastjes uit te soppen en spinnen te vangen. Of toch die tweede studie kunstgeschiedenis na jaaaaren eindelijk afronden?

Huis(je)

11 oktober 2011

Het idee was om een leuk kantoor te kopen voor in de tuin. Jurgen wordt bijkans GEK van alle ‘dynamiek’ in ons huis en werkt als hij tegen een deadline aan zit erg graag in de bibliotheek. Als het daar tenminste rustig is. Want ook de slaperige bieb is niet meer wat ie geweest is. Sinds de internetcomputer is verplaatst van het kantoor van een norse bibliothecaris en zich in aantal explosief vermenigvuldigd heeft, is het een ware pleisterplaats voor tieners geworden. Vandaar het idee van een tuinkantoor. Lekker idyllisch in het groen, met een open pui van waaruit je ver weg over de weilanden en maisvelden kijkt. Niet lang daarna vonden we een houten tuinkantoor. Na de eerste bezichtiging van het kantoor op zijn vorige plek kwamen we op het idee om er een gastenverblijf van te maken. Zes slaapplekken, een keuken, een lange tafel en een hoekbank… het zou allemaal passen…
De oorspronkelijke bestemming werd gerechtvaardigd: tenslotte zorgt wat handarbeid (lees: klussen) voor veel nieuwe inspiratie. De op het eerste gezicht overzichtelijke klus werd steeds groter. Tenslotte moest er ook fijne vloerverwarming komen. En een bedstee-achtige hoogslaper. En een grote veranda met een lange tafel en veel stoelen. En zo werd het idyllische tuinkantoor van bijna klaar huisje naar een Enorm Project voor een Huis voor Gasten oftewel suite 5. Aanvankelijk wilden we met Pasen (2011) open, maar toen de stress om op tijd te openen groter werd dan de ontspanning die we aanvankelijk voor ogen hadden was het tijd om de bouw te vertragen. Nu klussen we in rustig tempo door om een jaar later (pasen 2012) alsnog open te gaan. En daarna gaan we écht een tuinkantoor bouwen!

artikel over ons in het AD

11 oktober 2011

Ons gezin in het Algemeen Dagblad

Hip of niet?

17 juni 2011

Ik ben niet hip, integendeel. Ik weet niets van de laatste musthaves, theaterfestivals waar je Echt Heen Moet, het nieuwste model Little Black Dress en recentelijk geopende kekke eetgelegenheden waar je al dan niet in het donker dineert. Doorgaans heb ik daar vrede mee. Ik sus mezelf met de gedachte dat ik drie kinderen heb gebaard, dat er mensen naar mijn b&b komen zonder dat ik rondloop in de laatste mode en gekapt ben door een uberhippe nieuwe kapster.
En toch. Laatst had ik Saskia Groenheijde te gast hier, met vriend en neefjes. Zij heeft naast haar vierdaagse baan twee websites: www.sasenco.nl en www.bijzondere-adresjes.nl
Ze sprak over Pinterest, Etcy.com, manieren om de laatste trends te volgen en allerlei mogelijkheden om je dagelijkse belevenissen met de wereld te delen. En gek genoeg sloeg de schrik me om het hart: mijn gezapigheid was in één klap verdwenen. Alle dingen waar ik voorheen vrede mee had gaan overboord: tijd voor een revolutie in Lustoord Lutten. De zwangerschapskilo’s gaan er na twee jaar eindelijk af en dan ga ik me toch echt eens verdiepen in de laatste mode, voordat mijn dochters gaan zeggen dat ik ouderwets ben en niet meer met mij over straat durven.

Zondagsrust

16 maart 2010

Een van de dingen waar je in deze omgeving op stuit is de omgang met God. Terwijl ik in de stad in de veronderstelling leefde dat de ontkerkelijking in volle gang was en dat alle godshuizen worden opgekocht door yuppen die er appartementen met hoge vides in maken, gaan hier de mensen op zondag nog naar de kerk. Zelf zijn Jurgen en ik katholiek (of ‘Rooms’ zoals ze hier zeggen) opgevoed en weten van de hoed en de rand op religieus gebied. Ik heb zelfs nog in het kerkkoor gezongen en (meer recent) meegeschreven aan de Rembrandtbijbel.

De tegenstelling tussen oost en west/platteland en stad is zo sterk zichtbaar in het religieuze en dat intrigeert me mateloos. Wat me opvalt is dat de meeste mensen hier het op een geboortekaartje hebben over een wonder van God en op zondag strikte rust houden. En dat ze beslist niet in de evolutietheorie geloven. Aangezien wij  – al sinds we verhuisd zijn – onze buren en dorpsgenoten niet graag voor het hoofd stoten gebeurde er bij ons op zondag niets in de voortuin, anders dan gasten uitwuiven. En in de loop van de tijd doen we in huis eigenlijk ook steeds minder. Steeds vaker kruipen we met ons gezin voor de houtkachel, rommelen wat met spelletjes en doen we pogingen om een boswandeling te maken. We gaan dan wel niet naar de kerk, maar bezinnen ons toch op onze eigen manier. Hebben we meteen een goed excuus om niet naar IKEA te gaan.

Evergreens en dooddoeners

4 november 2009

Bij evergreens denk ik aan twee dingen:  een te gezond kaakje met uitgedroogde krenten waar je niemand een plezier mee doet en grijsgedraaide muziek van inmiddels hoogbejaarde rockers (m/v). Het tweede komt neer op van die liedjes die het altijd wel goed doen bij iedereen en dus ‘forever green’ blijven… Nu zou ik het eens willen hebben over vragen en opmerkingen waar iedereen altijd mee aankomt zonder dat ze het van elkaar weten en daarbij denken erg spitsvondig te zijn. Van die vragen die het altijd wel goed doen. Een voorbeeld is de vraag – redelijk standaard bij een aankoop in bijvoorbeeld een boekenwinkel – ‘Is het een cadeautje?’. Jarenlang zei ik dan steevast: ‘Jazeker, voor mezelf’!’ terwijl ik stiekem glimlachte om mijn eigen gevatheid. Toen ik laatst een veel te kostbaar maar o zo educatief kinderboek aanschafte besloot ik in een opwelling te vragen of ik de enige was met zo’n goeie grap. Waarop de boekverkoopster doodleuk antwoordde dat ze dat zo’n tweehonderd keer per dag hoorde en dat ze aan het einde van de dag de klanten bijkans de hersenen wilde inslaan als ze het begin van deze door haar zo gehate zin uitspraken.

Nu heb ik in een volstrekt andere hoedanigheid te maken met terugkerende opmerkingen. Iedere gast die hier komt vraagt ‘Wel een overgang he, van Amsterdam naar deze rustige omgeving?’ Soms ga ik ervan uit dat de vraag retorisch is en geen ander antwoord verlangt wordt dan ‘mmm, inderdaad’. Om niet al te onvriendelijk over te komen mompel ik vervolgens zoiets.  Andere gasten willen het liefst horen dat de Luttense dorpsbewoners nog in hutten wonen, oerklanken uitstoten, nooit bestek gebruiken, niet zijn aangesloten op het riool en al helemaal geen kabeltelevisie kunnen ontvangen. Die tracteer ik op een verhaal dat het best meevalt, afgezien van de soms wat degelijke kleding en iets achterblijvende vrouwenemancipatie. Weer anderen doelen bij hun vraag op de drukte van de stad die we achter hebben gelaten bij het verlaten van onze oude stek. En gek genoeg heb ik juist dan geen zin om het te beamen. Dat komt omdat het niet zo is. Ik mis de drukte en pluriformiteit van het stadsleven nog iedere dag, hoewel ik steeds meer begin te genieten van de mooie dingen van het buitenleven. Al was het maar om de mogelijkheid om creatieve, enigzins aan waarheid grenzende antwoorden te kunnen verzinnen op vragen over de overgang van stad naar platteland.

Inburgeren

29 januari 2009

hapjes

Tegenwoordig is het volstrekt normaal om een inburgeringscursus te volgen als je nieuw bent in Nederland. Hoewel wij ons ’slechts’ 148 kilometer hebben verplaatst in eigen land voelen wij ons ook nog iedere dag op ontdekkingsreis in het oosten. Het gaat dan vooral om van die kleine gebruiken waar wij niet bekend mee zijn. Hoe laat haal je je kind bijvoorbeeld op als het ergens gaat spelen? Wij dachten heel naïef dat een uur of zes prima was, maar hier is vier uur aardig gebruikelijk. Heel goed te begrijpen als je bedenkt dat het leven ’s morgens een stuk vroeger begint dan in de stad. Om vijf uur staat het warm eten op tafel en dan is zes uur ophalen ook wat onpraktisch… Verder is vrijwel iedereen lid van een (al dan niet actieve) buurtvereniging en vier je je verjaardag als vrouw apart met de buurvrouwen waarbij op gezette tijden nostalgische hapjes worden geserveerd waarbij ik nog steeds acuut wordt overvallen door jeugdsentiment -> gevulde eieren, verschillende soorten worst, augurken met een jasje van boterhamworst en natuurlijk kaas met afwisselend een zilverui en een partje ananas.

Nieuwe wortels

19 juli 2008

Sinds kort heb ik gevoel dat ik hier op mijn plek ben. Een droom hebben en verwezenlijken lijkt heel wat, maar alles wat zich eromheen afspeelt is minstens zo ingrijpend. De eerste weken en maanden heb ik intense heimwee gehad en me regelmatig afgevraagd of we er goed aan hadden gedaan om te verhuizen. En nu kan ik oprecht zeggen dat ik het hier fijn vind. We hebben leuke contacten in de buurt, de kinderen hebben vannacht voor het eerst met enorm veel plezier gelogeerd op de boerderij van onze overburen Joop en Jannie en ik heb intussen zo mijn adresjes voor lekker brood, onovertroffen truffelsalami, verse peultjes, huisgemaakte frambozenjam, scharreleitjes en hazelnoottaart.  Natuurlijk verlang ik nog regelmatig naar tom kha kai en andere Thaise geneugten, maar ik kan steeds beter uit de voeten met de lekkernijen die hier voorhanden zijn. Groot pluspunt is de provisiekelder onder het huis. Ik heb inmiddels een (troost)voorraad, tevens bedoeld als Pokon voor de nieuwe wortels.

Hekken

13 april 2008

resize-of-p4110008.jpg detail hek
Een poosje geleden schreef ik over de toegangshekken van ons ‘landgoed’. Vandaag kreeg ik de foto’s hun huidige staat, na vele uren restauratie-inspanningen van Roger Verstijlen en zijn team. Nu gaan de hekken naar Utrecht, waar ze worden verzinkt en gepoedercoat bij een gespecialiseerd bedrijf. Daarna gaan ze weer terug naar Verstijlen, waar de detaillering goud wordt geschilderd. Ik kan nu al fantaseren over de spetterende toegang van ons pand die straks weer in ere is hersteld!

Idealiseren

3 april 2008

Op een afstand zijn dingen altijd mooier dan van dichtbij. Zo ook de stad. Na een paar weken onafgebroken motregen lijkt onze oude naargeestige Van Woustraat wel een paradijs op aarde. In de sombere Luttense luchten verschijnen volstrekt ongewild steeds fata morgana’s van fijne tapasbars, speeltuinen vol gezellige moeders, broodjes Doner Kebab, gemengde versgebrande noten uit de notenwinkel van de buren, zaterdagse roomsoesjes van de buurtbakker, kinderkleertjes uit de ozo leuke tweedehandswinkel verderop en ga zo maar door. Nog nakwijlend van gedachten aan Thaise curry’s loop ik het schoolplein op om mijn dolgelukkige dochter op te halen. Wat heeft ze het naar haar zin hier. Iedere middag na school trekt ze haar rode overal en roze laarsjes aan en huppelt rondjes door de tuin. Geen enkel spoor van heimwee te bekennen. Waarschijnlijk hebben kinderen weinig last van fata morgana’s. Ze denken aan de smerige lucht in de straat, het piepkleine balkon, verregende zandbakken, hun bedje in een nis achter de kledingkast bij gebrek aan plaats elders, meermalen per dag drie steile trappen beklimmen met zware tassen en een kind onder je arm en zo nog meer. Soms is het goed om te leren van je kinderen (en te wachten tot de zon gaat schijnen).