Evergreens en dooddoeners

Bij evergreens denk ik aan twee dingen:  een te gezond kaakje met uitgedroogde krenten waar je niemand een plezier mee doet en grijsgedraaide muziek van inmiddels hoogbejaarde rockers (m/v). Het tweede komt neer op van die liedjes die het altijd wel goed doen bij iedereen en dus ‘forever green’ blijven… Nu zou ik het eens willen hebben over vragen en opmerkingen waar iedereen altijd mee aankomt zonder dat ze het van elkaar weten en daarbij denken erg spitsvondig te zijn. Van die vragen die het altijd wel goed doen. Een voorbeeld is de vraag – redelijk standaard bij een aankoop in bijvoorbeeld een boekenwinkel – ‘Is het een cadeautje?’. Jarenlang zei ik dan steevast: ‘Jazeker, voor mezelf’!’ terwijl ik stiekem glimlachte om mijn eigen gevatheid. Toen ik laatst een veel te kostbaar maar o zo educatief kinderboek aanschafte besloot ik in een opwelling te vragen of ik de enige was met zo’n goeie grap. Waarop de boekverkoopster doodleuk antwoordde dat ze dat zo’n tweehonderd keer per dag hoorde en dat ze aan het einde van de dag de klanten bijkans de hersenen wilde inslaan als ze het begin van deze door haar zo gehate zin uitspraken.

Nu heb ik in een volstrekt andere hoedanigheid te maken met terugkerende opmerkingen. Iedere gast die hier komt vraagt ‘Wel een overgang he, van Amsterdam naar deze rustige omgeving?’ Soms ga ik ervan uit dat de vraag retorisch is en geen ander antwoord verlangt wordt dan ‘mmm, inderdaad’. Om niet al te onvriendelijk over te komen mompel ik vervolgens zoiets.  Andere gasten willen het liefst horen dat de Luttense dorpsbewoners nog in hutten wonen, oerklanken uitstoten, nooit bestek gebruiken, niet zijn aangesloten op het riool en al helemaal geen kabeltelevisie kunnen ontvangen. Die tracteer ik op een verhaal dat het best meevalt, afgezien van de soms wat degelijke kleding en iets achterblijvende vrouwenemancipatie. Weer anderen doelen bij hun vraag op de drukte van de stad die we achter hebben gelaten bij het verlaten van onze oude stek. En gek genoeg heb ik juist dan geen zin om het te beamen. Dat komt omdat het niet zo is. Ik mis de drukte en pluriformiteit van het stadsleven nog iedere dag, hoewel ik steeds meer begin te genieten van de mooie dingen van het buitenleven. Al was het maar om de mogelijkheid om creatieve, enigzins aan waarheid grenzende antwoorden te kunnen verzinnen op vragen over de overgang van stad naar platteland.

2 Reacties op “Evergreens en dooddoeners”

  1. Marianne v d Streek zegt:

    Hoi Manon,

    In een opwelling bekeek ik zojuist jullie site weer eens.
    Wat ziet het er allemaal toch prachtig uit! Ik zag dat je vorige week weer wat hebt geschreven. Wat schrijf je toch leuk!Het is voor mij ZO herkenbaar. Die vragen, waarom zijn jullie hier komen wonen? Zeker wel een hele overgang van ‘t westen naar hier? Opmerkingen van “westerlingen” en dat dubbele gevoel van: het toch een beetje missen van de GROTE(boze)stad, maar ook zo genieten van de geneugten van het (platte)landsleven… We kunnen er een boek over schrijven….

    Liefs, Marianne
    ook groetjes aan Jurgen en opa en oma Sch. en een knuffel voor de kids.
    p.s. Kijk je ook eens op mijn site? Kareltjekunstvoorkids.nl .

  2. Saskia zegt:

    Hoi Manon,

    Ik mail net mn schoonzus de link naar jullie B&B en toen zag ik dat je een weblog hebt. Toevallig nog een vers berichtje ook! In de herfstvakantie zijn we bij jullie geweest en we toen hebben we het ook even kort over het verschil stad-dorp gehad, Wij wonen immers alweer 5 jaar in Bussum na 10 jaar Amsterdam! Nou is Bussum een heel behoorlijk dorp vergeleken met Lutten (dat zei jij toen ook al) maar ik kan je verzekeren: ik mis Amsterdam ook nog steeds! Niet meer elke dag, maar nog wel wekelijks. Ik lees nog steeds het Parool en ondankt de rotzooi rond CS kom ik huppelend de trein uit als ik er weer ben. Dus ik denk niet dat het met het contrast stad-dorp te maken heeft, het ligt gewoon aan Amsterdam. Blijvende heimwee dus…